Questo sito usa cookie per fornirti un'esperienza migliore. Proseguendo la navigazione accetti l'utilizzo dei cookie da parte nostra OK

Bericht van de Minister van Buitenlandse Zaken, Angelino Alfano, gewijd aan de eenenzestigste herdenking van de mijnwerkersramp te Marcinelle

Data:

07/08/2017


Bericht van de Minister van Buitenlandse Zaken, Angelino Alfano, gewijd aan de eenenzestigste herdenking van de mijnwerkersramp te Marcinelle

Waarde Medeburgers,

Bij deze wil ik uiting geven van mijn welgemeende gevoelens van medeleven bij de herdenking van de tragedie te Marcinelle (België) van 8 augustus 1956. Vanaf 2001 geldt deze gebeurtenis als een “Nationale Italiaanse Dag van Opoffering en Werk in de Wereld”. Ieder jaar zal dus ons welgemeende medeleven uitgaan naar al die Italianen, die wereldwijd tijdens hun werk zijn overleden. Wij willen hun herinnering eren.

De wereld van de immigratie heeft met moed, vernuft en opoffering in de afgelopen decennia een ontmoeting mogelijk gemaakt tussen personen, culturen, beroepsgroepen en naties, zoals de Europese naties, die vandaag samenwerken in het gemeenschappelijk project van de Europese integratie. De tragedie van Marcinelle, die aan 262 mijnwerkers het leven kostte, waaronder 136 Italianen, droeg op beslissende wijze bij aan de vorming van een Europese gedachte. En dit alles gebeurde pal een jaar voor de ondertekening van de Verdragen van de Europese Gemeenschap, waarvan wij dit jaar de zestigste verjaardag hebben gevierd.

Dit Verenigde Europa, is erin geslaagd om meer dan een halve eeuw van vrede te brengen op dit continent, heeft de ontwikkeling bevorderd van al de Lidstaten en stelt vandaag onze kinderen in staat om te reizen en om te leven in het gehele territorium van het continent in heel andere omstandigheden, dan die welke de mijnwerkers van Marcinellle gewend waren. Zelfs vandaag nog geeft de tragedie van Marcinelle ons de kracht om te werken voor een meer verbonden en solidair Europa, zoals de stichters ervan het zich eens hadden voorgesteld. Een Europa dat bij uitstek is gebaseerd op de geest van verbroedering tussen de verschillende bevolkingen. Een Europa dat in staat is om een gemeenschappelijk antwoord te formuleren, eensgezind en bewust van de grote calamiteiten van onze tijd. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de onophoudelijke stroom van wanhopige immigranten, waaronder vandaag helaas te veel slachtoffers vallen.

De tragedie van Marcinelle zet ons aan om na te denken over werk vanuit een menselijke en sociale optiek. We moeten nooit vergeten dat werk zonder bescherming schadelijk is, ook daar waar het zich afspeelt op plekkken die minder gevaarlijk zouden moeten zijn dan het diepste van de aarde. Het werk dient te worden verdedigd, want werk is synoniem met hoop en toekomst. Het is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan van een familie en voor de individuele groei ervan, ook in hun relaties met de gemeenschap.
Beste medeburgers, Onze gedachten bij deze gelegenheid zijn gericht op enerzijds de pioniers van onze immigratie, en anderzijds op hun nakomelingen, maar evenzeer op de nieuwe immigranten die vandaag onder geheel andere omstandigheden worden gedreven door dezelfde behoeftes en wensen. Zoals Fabrizia, Marco en Gloria die we verloren in Berlijn en in Londen, de eerste slachtoffer van een lafhartige terroristische aanslag, de twee anderen slachtoffer van een ongeluk dat wellicht voorkomen had kunnen worden.

Op dezelfde manier leven wij mee met de Italianen die in het buitenland wonen onder moeilijke omstandigheden, zoals in Venezuela. Wij volgen hen met aandacht om zo mogelijk vreedzame oplossingen aan te dragen bij de huidige crises.
Wij zijn trots op de bijdragen die U allen geeft, Italianen in de wereld, aan ons land. Wie Italië heeft verlaten of nog gaat verlaten, draagt bij, op verschillende manieren, aan de dialoog en aan de versteviging van de relaties met de landen van bestemming, glans gevend aan de positieve Italiaanse waarden. Op vele wijzen draagt U allen bij aan de groei van Italië. Het is met deze notie dat ik mij tot U wend, om U mijn welgemeende dank over te brengen.


253