Questo sito usa cookie per fornirti un'esperienza migliore. Proseguendo la navigazione accetti l'utilizzo dei cookie da parte nostra OK

Cooperazione economica

 

Cooperazione economica

 Macro-economisch kader

Nederland is de vijfde economie van de Europese Economische en Monetaire Unie (na Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje). Na Luxemburg en Ierland heeft het land het op twee na hoogste BBP per hoofd van de bevolking (Eurostat). Volgens het rapport van de Wereldbank “Doing Business 2020” staat Nederland op de 24e plaats in de ranglijst van 190 landen als het gaat om het gemak waarmee een onderneming kan worden opgezet en gevoerd. Wat betreft zakendoen in het algemeen staat Nederland 42e op de ranglijst. De WTO geeft aan dat Nederland op mondiaal niveau op de vierde plaats staat als goederenexporteur (709 miljard USD in 2019, ongeveer 3,8% van het totaal aan wereldwijde export).

Volgens het Global Competitiveness Report 2020 van het World Economic Forum is Nederland inmiddels de vierde economie ter wereld op het gebied van concurrentievermogen. In de 2020 Global Innovation Index bezet Nederland de vijfde plaats op de wereldranglijst voor innovatie, na Zwitserland, Zweden, de Verenigde Staten van Amerika en het Verenigd Koninkrijk.

In 2019 groeide het Nederlandse BBP met 1,7%. De recente CPB-ramingen voor de periode 2020-2021 geven, ten gevolge van de coronacrisis, een krimp aan van 4,2% voor 2020, met het vooruitzicht op een gedeeltelijk herstel van +2,8% in 2021.

In 2019 behelsde de totale goederenstroom tussen Nederland en de rest van de wereld een waarde van 975,59 miljard euro, een stijging van +3,9% ten opzichte van 2018. Het handelsoverschot bedroeg 55,97 miljard euro (-1,1% ten opzichte van de 56,60 miljard euro in 2018). De totale import steeg met 4,2%, terwijl ook de export een stijging lieten zien van 3,6%.

Momenteel bedraagt het aandeel van export in het BBP meer dan 80% (volgens de Wereldbank was dit in 2018 84,3%), in de jaren ’90 was dit nog ongeveer 40%. Nederland is wereldwijd, na de Verenigde Staten van Amerika, de tweede exporteur van landbouwproducten, met in 2019 een totale exportwaarde van 94,5 miljard euro. De wederuitvoer van producten van buiten de EU speelt een fundamentele rol, met name via de haven van Rotterdam (in 2017 op de eerste plaats in Europa op het gebied van handelsverkeer, en wereldwijd op de elfde plaats). De sterk Europese aanleg van de Nederlandse economie wordt benadrukt door het exportpercentage van goederen richting de EU, in 2019 goed voor ongeveer 70% (percentage verkregen uit een bewerking van CBS-statistieken). In 2019 bedroeg de Nederlandse export richting de Europese lidstaten 359,47 miljard euro, wat neerkomt op 69,6% van het totaal.

Ten teken van de verbeterende macro-economische basis kende Standard&Poor’s in november 2015 weer de financiële triple-A rating aan Nederland toe, twee jaar na de declassering tot AA+ ten gevolge van de buitensporigtekortprocedure, die midden in de recessie was ingezet. Fitch and Moody’s hebben echter de triple-A rating gehandhaafd.

In 2014 kwam Nederland uit de recessie en maakte tot 2019 een stabiele groei door. Het economische herstel werd bepaald (en geconsolideerd) door een samenloop van interne en externe factoren: als interne factoren noemen we met name het uitstekende “business climate”, de consolidering van de rijksbegroting, het hoge gehalte aan private investeringen in high tech; als externe factoren zijn de lage olieprijs van belang en het expansieve monetaire beleid van de ECB, hoewel er ten dele kritiek is geweest vanuit de Nederlandse financiële sector op dit beleid vanwege de lage rentestand.

Bilaterale economische samenwerking

Italië is al tijden een van de tien voornaamste handelspartners van Nederland. Eind 2020 was Italië de tiende herkomstmarkt voor de Nederlandse import en de vierde bestemming voor Nederlandse export (bron: Economisch Waarnemingscentrum van het Italiaanse Ministerie voor Buitenlandse Zaken en Ontwikkelings­samenwerking).

In 2019 was er een goederenstroom tussen beide landen ter waarde van 34,8 miljard euro, waarvan 23 miljard aan import vanuit Nederland (+0,4% ten opzichte van 2018) en 11,8 miljard aan Italiaanse export (+1,8%), een lichte stijging van het totale handelsverkeer tussen de beide landen van 0,9% ten opzichte van 2018 (bron: ICE, Agenzia).

Als voornaamste productgroepen die tussen Nederland en Italië worden uitgewisseld, bestonden de Italiaanse exportproducten richting Nederland in 2019 vooral uit: machines en voertuigen (1,2 miljard euro, +3%), medicijnen en farmaceutische preparaten (1 miljard, +16,3%), aardoliedistillaat (567 miljoen, -38%), chemische basisproducten (439 miljoen, -13,9%), telecomapparatuur (396 miljoen, +277,8%), kledingartikelen (389 miljoen, -6,6%), plastic artikelen (359 miljoen, +0,5%), gespecialiseerde machines (352 miljoen, +11,1%) en huishoudelijke apparaten (278 miljoen, -16,9%).

In 2019 heeft Nederland met name de volgende producten naar Italië uitgevoerd: chemische basisproducten (2,5 miljard, -4,5%) en medicijnen en farmaceutische preparaten, met een stijging van bijna 23,8%, voor een waarde van 2,2 miljard euro. Hierna volgen de kantoormachines (1,6 miljard, -2,5%), medische- en tandartsinstrumenten en -artikelen (1,3 miljard, +25,8%), telecomapparatuur (1,2 miljard, -26,4%), bewerkte en geconserveerde vleeswaren (866 miljoen, +5,3%), andere chemische producten (732 miljoen, -4,2%), aardgas (680 miljoen, +3,5%), andere machines voor algemeen gebruik (635 miljoen, +5,4%) en metaalproducten (555,6 miljoen, -10,4%).

Nederland blijft wereldwijd een van de voornaamste spelers op het gebied van buitenlandse directe investeringen, zowel inkomend als uitgaand. Op de wereldranglijst van het “World Investment Report 2020”, in juni 2020 gepubliceerd door de UNCTAD (Conferentie van de Verenigde Naties inzake Handel en Ontwikkeling) stond Nederland in 2019 op de vierde plaats wat betreft inkomende buitenlandse directe investeringen en op de derde plaats voor uitgaande directe investeringen in het buitenland, een stijging ten opzichte van de zesde plaats 2018.

Voor Nederland geeft het rapport een totale waarde aan van ongeveer 1.750 miljard dollar aan binnenkomende buitenlandse investeringen, een toename met 4,6% ten opzichte van 2018. Ook de totale uitgaande waarde van directe investeringen naar het buitenland van circa 2.565 miljard dollar betekent een stijging ten opzichte van 2018 (+5,7).

Volgens de meest recente informatie van de Nederlandse Bank waren in 2018 de Verenigde Staten de voornaamste buitenlandse investeerders in Nederland met een bedrag van 621,1 miljard Euro, evenwel een daling van 22% ten opzichte van 2017. Luxemburg volgt met 489,4 miljard Euro (-14,4%). De investeringen vanuit Zwitserland (272 miljard euro (+11,7%) en Duitsland (211 miljard euro, +15,7%) laten daarentegen een stijging zien. Italië is een plaats gedaald in de ranglijst, en staat 14e met 66,5 miljard euro (-9,5%).

Wat betreft de bestemmingslanden van de Nederlandse investeringen in 2018 zijn de drie voornaamste landen: Verenigde Staten (805,2 miljard, +5,2%), Verenigd Koninkrijk (552 miljard,) Zwitserland (439,4 miljard, +7%) en Duitsland (312 miljard).

Italië staat, ondanks een lichte daling (-1,3%), net als in 2017 op de negende plaats van bestemmingslanden voor Nederlandse investeringen, met een totaal van 143, 3 miljard euro.


31