Questo sito usa cookie per fornirti un'esperienza migliore. Proseguendo la navigazione accetti l'utilizzo dei cookie da parte nostra OK

Cooperazione economica

 

Cooperazione economica

 

Macro-economisch kader
Nederland is de vijfde economie van de Europese Economische en Monetaire Unie (na Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje). Na Luxemburg en Ierland heeft het land het op twee na hoogste BBP per hoofd van de bevolking (Eurostat). Volgens het rapport van de Wereldbank “Doing Business 2016” staat Nederland op de 28e plaats in de ranglijst van 189 landen als het gaat om het gemak waarmee een onderneming kan worden opgezet en gevoerd. Met 81,3 miljard euro in 2015 is Nederland wereldwijd ook de tweede exporteur in de landbouwsector. Volgens het Global Competitiveness Report 2015-2016 van het World Economic Forum is Nederland inmiddels de vijfde economie ter wereld op het gebied van concurrentievermogen na Zwitserland, Singapore, de Verenigde Staten van Amerika en Duitsland. Daarmee is Nederland in de laatste twee jaar drie posities opgeklommen ten opzichte van de voorgaande achtste plaats. In 2015 en 2016 was het Nederlandse BBP het hoogste van de Economische en Monetaire Unie, vooral dankzij het aantrekken van de wereldhandel en de stijging van de binnenlandse uitgaven. Volgens de Miljoenennota voor 2017, die werd gepresenteerd op Prinsjesdag 20 september 2016, werden deze hogere binnenlandse bestedingen met name aangewakkerd door verbetering op de vastgoedmarkt en door fiscale lastenverlichtingen.
In 2011 liet de regering een bedrijvenbeleid van start gaan dat de nadruk legt op investeringen in de 9 voornaamste sectoren (topsectoren) waarin Nederland een voorsprong heeft: de landbouw- en voedingsindustrie, tuinbouw, high-tech, energie, logistiek, de creatieve industrie, bio- en medische wetenschappen, chemie en water. Het bedrijvenbeleid dat deze sectoren ondersteunt behelst publiek-private samenwerkingen (PPP, Public Private Partnerships) en het financieren van onderzoek en ontwikkeling. Door de bijzonder dynamische economie en het gunstige ondernemingsklimaat, met haar maximale economische doeltreffendheid, is het land een belangrijke bestemming voor buitenlandse multinationals, die worden aangetrokken door het zeer gunstige fiscale klimaat. Deze eigenschappen verstevigen de sterke, van oudsher aanwezige Nederlandse aanleg om te exporteren. Een aanleg die zeer evenwichtig verspreid is in alle drie de economische sectoren.
Ondanks de groeivertraging van de wereldeconomie blijft de Nederlandse export fors stijgen, mede dankzij het economische herstel van de voornaamste Europese handelspartners (in 2015 was 72% van de Nederlandse export bestemd voor landen binnen de Europese Unie, en 54% voor de landen binnen de Economische en Monetaire Unie) en de VS. Het uitgesproken Nederlandse handelsoverschot is het vermelden waard. In 2015 lag dit in de orde van grootte van 10%, waarmee Nederland de Europese lidstaat was met het hoogste handelsoverschot ten opzichte van het BBP. Deze groeiversnelling is in lijn met de positieve verwachtingen voor de eurozone, die worden opgestuwd door een lagere olieprijs en de waardevermindering van de euro. De groei van het BBP in de eurozone bedroeg in 2015 1,3% en groeide in 2016 met 1,6%. Dit is lager dan het Nederlandse percentage: volgens het CPB groeide het BBP in 2015 met 2% ten opzichte van 2014 en in 2016 bedroeg de groei 2,1% ten opzichte van 2015. De economische groei van 2015 komt niet alleen voort uit de stuwende werking van de export, maar ook uit het herstel van de binnenlandse markt die, na een stijging van 1,8% in 2015, in 2016 verder zou stijgen met 1,6%. Mede door de groei van de werkgelegenheid nam de werkloosheid in 2016 af tot 6% en voor 2017 wordt een verdere daling naar 5,3% verwacht.
De acties van de regering zijn tot nog toe bijzonder effectief geweest voor de fiscale bestendiging. Hierdoor kon de procedure rond het buitensporige tekort afgesloten worden, die de Europese Commissie voor Nederland had ingesteld. In 2015 is het overheidstekort gedaald naar 2% van het BBP, in 2016 naar 0,5%, om in 2017 een begrotingsevenwicht te bereiken. De bestendiging van de begroting heeft positieve gevolgen voor de verhouding staatsschuld/BBP (in 2014 op het hoogste niveau van 67,9%), die een daling liet zien van 65,1% in 2015 naar 62,7% in 2016, met een verwacht niveau van 59,7% in 2017.
Als een van de oorzaken van de positieve resultaten in de Nederlandse economie noemen we de samenloop van de externe en conjuncturele factoren (prijsverlaging van olie, ontwaarding van de Euro ten opzichte van de Amerikaanse Dollar - mede door het expansieve monetaire beleid van de ECB) en de binnenlandse oorzaken (structurele hervormingen die zijn doorgevoerd door de regering).

 

Bilaterale economische samenwerking
Italië is al tijden een van de tien voornaamste handelspartners van Nederland. In 2015 was Italië de zesde bestemming voor Nederlandse export en de tiende herkomstmarkt van de Nederlandse import (stijging van een positie, van de tiende naar de negende plaats).
In 2015 was er een goederenstroom tussen beide landen ter waarde van 26,4 miljard euro, waarvan 17,5 miljard aan import vanuit Nederland (-6,4% ten opzichte van 2014) en 8,9 miljard aan Italiaanse export (+10,7%), een daling van het totale handelsverkeer tussen de beide landen van 0,4% ten opzichte van 2014.
Als voornaamste productgroepen die tussen Nederland en Italië worden uitgewisseld, waren de Italiaanse exportproducten richting Nederland in 2015 vooral: machines en voertuigen (24,2%), huishoudelijke producten en kleding (18,7%) [waaronder mode en accessoires, schoenen en lederwaren (9,3%), meubels (1,4%)], chemische- en farmaceutische producten (18,3%), fabrikaten 17,1% [waaronder metalen, metaalproducten en non-ferrometaalproducten (9,5%), garens (2,1%) en papier (1,7%)], voedingsmiddelen (11,3%) en minerale brandstoffen en smeermiddelen (4,9%). De categorie dranken en tabak maakt 2% uit van het totaal van de Nederlandse import vanuit Italië.
In 2015 heeft Nederland met name de volgende producten naar Italië uitgevoerd: kantoormachines (19%), gespecialiseerde machines en vervoermiddelen (26,7%), chemische- en farmaceutische producten (21,4%), diverse fabrikaten waaronder huishoudelijke producten en mode-artikelen (13,9%), voedingsproducten (12,5%) en fabrikaten zoals metalen, garens, plastics en papier (11%).
Nederland blijft wereldwijd een van de voornaamste spelers op het gebied van buitenlandse directe investeringen, zowel binnenkomend als uitgaand. Op de wereldranglijst van het “World Investment Report 2016”, in juni 2016 gepubliceerd door de UNCTAD (Conferentie van de Verenigde Naties inzake Handel en Ontwikkeling) stond Nederland in 2015 op de vijfde plaats wat betreft inkomende buitenlandse directe investeringen (achtste in 2014) en op de vierde plaats voor uitgaande directe investeringen in het buitenland (zevende in 2014).
Voor Nederland geeft het rapport een totale waarde aan van ongeveer 73 miljard dollar aan binnenkomende buitenlandse investeringen in 2015 (52 miljard in 2014) en een totale uitgaande waarde van directe investeringen in het buitenland van circa 113 miljard dollar (56 miljard in 2014). De waarde van investeringen in Nederland vanuit het buitenland is sterk gestegen vergeleken met het voorgaande jaar (+21 miljard dollar), terwijl de waarde van de Nederlandse investeringen in het buitenland is verdubbeld (+57 miljard dollar).
Ook in 2015 zijn de Verenigde Staten de voornaamste buitenlandse investeerders in Nederland met een bedrag van 725.990 miljoen Euro, oftewel 20,1% van het totaal. Hierna volgt Luxemburg met 663.147 miljoen Euro, 18,3% van het totaal, en het Verenigd Koninkrijk met 334.884 Euro, gelijk aan 9,3% van het totaal.
Wat betreft de bestemmingslanden van de Nederlandse investeringen in 2015 zijn de drie voornaamste landen dezelfde, hetzij in een andere volgorde. De voornaamste bestemming is Luxemburg met 627.025 miljoen Euro, gelijk aan 14,6% van de totale waarde, gevolgd door de Verenigde Staten met 472.439 miljoen Euro, oftewel 11,0% van het totaal, en het Verenigd Koninkrijk met 454.332 Euro, gelijk aan 10,6% van de totale directe Nederlandse investeringen in het buitenland. Italië staat op de 10e plaats van buitenlandse investeerders in Nederland met 81.727 miljoen Euro (2,3% van het totaal) en op de 12e plaats van bestemmingslanden voor Nederlandse investeringen met 108.199 miljoen Euro, 2,5% van de totale uitgaande investeringswaarde.


31