Deze site gebruikt technische en analytische cookies en cookies van derden.
Door verder te navigeren accepteert u het gebruik van cookies.

Voorkeuren cookies

Regelgeving voor Comites en CGIE

REGELGEVING VOOR COMITES EN CGIE

 

CONSIGLIO GENERALE DEGLI ITALIANI ALL’ESTERO (CGIE) – ALGEMENE RAAD VAN ITALIANEN IN HET BUITENLAND

 

De C.G.I.E., die is opgericht bij Wet nr. 368 van 6 november 1989 (gewijzigd bij Wet nr. 198 van 18 juni 1998) en geregeld bij Presidentieel Besluit nr. 329 van 14 september 1998, voert advieswerkzaamheden uit voor de regering over belangrijke kwesties die Italianen in het buitenland aangaan. De C.G.I.E. vormt de eerste stap in de ontwikkeling van actieve “deelname” aan het politieke leven van het land door Italiaanse gemeenschappen over de hele wereld en is het essentiële orgaan voor hun permanente band met Italië.

 

De C.G.I.E. komt bijeen in plenaire vergadering, continentale commissies en thematische commissies. De Raad bestaat uit 94 leden, van wie er 65 om de vijf jaar rechtstreeks worden verkozen door de Italianen in het buitenland via de lokale kieskringen (de laatste verkiezingen vonden plaats in juni 2004, op basis van een geografische verdeling die is vastgelegd in een besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 4 mei 2004). Naast de verkozen leden zijn er 29 leden die bij besluit van de Premier worden benoemd op voordracht van nationale emigratieverenigingen, partijen met parlementaire vertegenwoordiging, vakbonden en de meest representatieve Patronati.

 

De voorzitter van de CGIE is de minister van Buitenlandse Zaken, terwijl de Secretaris-Generaal (die de Plenaire Vergadering en het Voorzitterscomité bijeenroept, de werkzaamheden leidt en de beslissingen uitvoert); de vier plaatsvervangende Secretarissen-Generaal voor de drie geografische gebieden (Europa en Noord-Afrika; Latijns-Amerika; niet-Europese Engelstalige anden) en voor de groep leden benoemd door de regering; en het Voorzitterscomité (met in totaal 17 leden), dat minstens 6 keer per jaar samenkomt, worden gekozen.

Tijdens zijn twee jaarlijkse plenaire vergaderingen onderzoekt de CGIE, een raadgevend orgaan, de problemen van de Italiaanse gemeenschappen in het buitenland en formuleert adviezen, voorstellen en aanbevelingen over wetgevende of administratieve initiatieven van de staat of de gewesten, internationale overeenkomsten en regelgeving die betrekking heeft op de Italiaanse gemeenschappen in het buitenland. In het bijzonder formuleert de CGIE verplichte adviezen over het regeringsbeleid inzake het toewijzen van overheidsgeld aan de gemeenschappen in het buitenland; meerjarenprogramma’s en financiering van het onderwijsbeleid, beroepsopleidingen en sociale zekerheid; criteria voor de toewijzing van bijdragen aan nationale verenigingen, patronati, instellingen voor beroepsopleiding, pers- en voorlichtingsorganen; radio- en televisieprogramma’s voor de gemeenschappen in het buitenland; hervorming van consulaire, onderwijs- en maatschappelijke diensten.

 

COMITATI DEGLI ITALIANI ALL’ESTERO (COM.IT.ES) – COMITÉ’S VAN ITALIANEN IN HET BUITENLAND

De Com.It.Es, die zijn opgericht bij wet nr. 205/1985, vertegenwoordigen onze gemeenschappen in het buitenland. Ze worden rechtstreeks gekozen door in het buitenland gevestigde Italianen in elk consulair ressort waar minstens 3.000 Italiaanse staatsburgers woonachtig zijn; ook in ressorts met minder dan 3.000 Italiaanse staatsburgers kunnen de diplomatieke en consulaire autoriteiten overigens een Com.It.Es benoemen.

 

De wetgeving inzake de Com.It.Es. werd grondig vernieuwd bij Wet nr. 286 van 26 oktober 2003 en met Presidentieel Besluit nr. 395 van 29 december 2003 (uitvoeringsverordening). De belangrijkste vernieuwing betrof de invoering van het stemmen per post voor de verkiezing van de Comité’s; de wet verwijst naar de procedures die zijn vastgelegd in wet nr. 459 van 27 december 2001: de verkiezingsgrondslag is dus dezelfde als die voor de verkiezing van de vertegenwoordigers in het nationale parlement.

 

De Com.It.Es bestaan uit 12 of 18 leden, afhankelijk van het feit of ze worden verkozen in consulaire ressorts met minder of meer dan 100.000 gevestigde landgenoten, blijkens de bijgewerkte lijst die wordt gebruikt voor de verkiezing van de vertegenwoordigers in het nationale parlement. Eenmaal gekozen, kan het comité vervolgens besluiten om nog 4 of 6 leden erbij te kiezen (buitenlandse burgers van Italiaanse afkomst).

 

Een bijzonder nieuw element wordt gevormd door art. 1, lid 2 van Wet 286/2003, die voor het eerst de Com.It.Es. definieert als “organen die de Italianen in het buitenland vertegenwoordigen in relatie tot de diplomatiek-consulaire vertegenwoordigingen”; op deze manier wordt hun rol versterkt, zowel ten opzichte van de gemeenschappen die zij vertegenwoordigen als ten opzichte van de consulaire autoriteit. De nieuwe wet benadrukt dan ook de nauwe samenwerking die tot stand moet worden gebracht tussen de consulaire autoriteiten en de comité’s, ook door middel van een “regelmatige informatiestroom”.

 

Wat hun functies betreft, dragen de Com.It.Es, ook met studies en onderzoek, bij aan het vaststellen van de behoeften op het gebied van sociale, culturele en burgerlijke ontwikkeling van de betreffende gemeenschap; er wordt bijzondere aandacht besteed aan de participatie van jongeren, gelijke kansen, sociale en onderwijsondersteuning, opleiding, recreatie, sport en vrije tijd.

 

De comité’s moeten ook samenwerken met de consulaire autoriteit bij de bescherming van de rechten en belangen van de Italiaanse burgers die in het consulaire ressort woonachtig zijn. Na de verkiezingen van maart 2004 zijn er nu, verspreid over 38 landen, 126 Com.It.Es. actief, waarvan 69 in Europa, 23 in Zuid-Amerika, 4 in Midden-Amerika, 16 in Noord-Amerika, 7 in Azië en 7 in Afrika.